maandag 22 april 2019

Toen was geluk... #33

Gisteren op bezoek bij vrienden hadden we het er ineens over; het doorgeefluik, of in dit geval de doorgeefkast. Mijn woning is gebouwd in de jaren zeventig en oorspronkelijk zat er tussen de keuken en de woonkamer een kast welke aan weerskanten geopend en gebruikt kon worden, met in het midden een ruimte waardoor je, bijvoorbeeld de maaltijden, servies en bestek, van keuken naar de kamer kon doorgeven en vise versa.

Ik heb het nooit meegemaakt, een vorige bewoner heeft een muur geplaatst waar ooit die kast zat. Ik denk dat bij nog maar enkele van de woningen het nog intact is, de meeste bewoners hebben die hele kast er uitgesloopt en er een open keuken van gemaakt. Daar ben ik niet zo van, ik ben dan ook erg blij met mijn muur (misschien wel de enige die dat zo heeft). Hoewel ik zo'n kast met doorgeefluik ook wel heel leuk had gevonden. Niet heel noodzakelijk voor een ba'er, maar wel iets authentieks uit vervlogen tijden. Volgens mij worden dat soort doorgeefkasten nu niet meer in woningen geplaatst. Doorgeefluiken, wel zo zag ik op het wijde web, dat moeder de vrouw vanuit de keuken aan vader de man de pan met gekookte aardappels aangeeft. Hoewel op de foto's die ik zag het toch wel woningen in het wat hogere segment betrof, waarvan ik het ernstig betwijfel of de bewoners daar nog wel gekookte aardappels eten. Ik stel me er het über-yuppen stel Joris en Monique uit "Koefnoen" bij voor, die alles doen wat hip and happening is, maar desondanks chronisch boos en ontevreden zijn, met designer doorgeefluik en al.



Paul Groot en Plien van Bennekom als Joris en Monique. 



zondag 21 april 2019

Mijn ikken

Als mede-Hagenaar ben ik waarschijnlijk bevooroordeeld, maar ik kan intens genieten van de prachtige teksten die Harrie Jekkers, al dan niet samen met Koos Meinderts, heeft geschreven en gezongen. Hij is wat ouder dan ik, maar het echte Haagse gevoel van de jaren zestig en zeventig weet hij prachtig in zijn teksten te verwerken. Zo ook in het onderstaande lied "Mijn Ikken", wat een aardige lap tekst is, maar het is Eerste Paasdag, dus u heeft toch wel even tijd?


Mijn Ikken

Soms roep ik mijn ikken bij elkaar
Ik heb inmiddels al een aardig reservoir
En als ik dan vraag: "Hé welke ik is eigenlijk waar"
"Ik, ik, ik", roepen mijn ikken dan door elkaar
En dan zwaai ik met mijn voorzittershamer
Verzoek om stilte in mijn bovenkamer
En dan geef ik met een vorstelijk gebaar
Het woord aan mijn ik van negen jaar
Hij woont nog in mijn binnenkant

Kijk, daar loopt-ie met een gulden voor de kapper
Maar hij geeft zijn gulden uit aan veterdrop
Want hij vindt: 't maar een stomme lul, die kapper
Wat je ook vraagt, hij knipt altijd zo'n stekelkop
Kijk hem daar nou huilend op de gang staan
Hij is er weer een keertje uitgezet
Omdat-ie, en dat was gewaagd
Bij godsdienst heeft gevraagd
"Pater, God die weet toch alles?"
"Dus hij weet ook wat ik wil"
"Als dat dan het geval is, heb ik toch geen vrije wil!"

Kijk, daar bindt-ie met een elastiekje
Vier pennen op een rijtje naast elkaar
Omdat-ie na moet blijven, strafwerk moet schrijven
Met vier pennen is hij lekker sneller klaar
Kijk hem daar nu eens fantastisch scoren
Juichend loopt ie terug over het plein
"Goed hè, met zijn linkerbeen"
"Hoezo? Hij was er overheen!"
"Joh, hij was er helemaal niet overheen"
Roept hij over het plein
"Joh, dat leek maar zo d'r overheen
Dat komt door die keeper joh
Die is veel te klein!"

Kijk, daar loopt-ie met zijn rood-oranje vlieger
Naar het landje waar je zo goed vliegeren kan
Zijn vlieger klimt omhoog, nog hoger dan de regenboog
En dan verstuurt-ie langs de draad een telegram
Waarop-ie met een potlood heeft geschreven
"Sorry God, misschien een beetje raar
Maar ik wil iets hebben, wat zelfs Sinterklaas maar niet wil geven
Ik wil zo graag een Lassiehond, met van dat Lassiehaar
Een Lassiehond, met van dat Lassiehaar"

Kijk, daar wordt-ie wakker in de winter
Hij kan even niet geloven wat ie ziet
Moet je horen hoe ie schreeuwt
"Het heeft vannacht gesneeuwd!"
Moet je zien hoe snel-ie in zijn kleren schiet
Kijk hem daar nu kwaad op Sinterklaas zijn
Wat-ie gekregen heeft, vindt ie geen flikker aan
Hij vindt het: 'achterlijk en stom
Vooral die goudvis in die kom!'
Op zijn verlanglijst stond een Lassie boven aan

En in de lente gaat-ie kikkervisjes vangen
En in de zomer fietst-ie helemaal naar Wassenaar
Hij knikkert in de knikkertijd
Daar raakt-ie dan zijn knikkers kwijt
Dan huilt-ie thuis weer nieuwe bij elkaar

Ach, mijn ik van negen jaar die alles mee heeft
Die door zijn moeder op zijn wenken wordt bediend
Hij snapt niet dat-ie in een paradijs leeft
Dat zijn vader elke dag voor hem verdiend
Maar het stomste van mijn ik van negen jaar is
Dat weet ik zeker, omdat ik hem goed ken
Het stomste wat-ie wil, met zijn kleine vrije wil
Hij wil groot zijn, net zo groot als ik nu ben
Hij wil groot zijn, net zo groot, als ik nu ben

Soms roep ik mijn ikken bij elkaar
Het woord is nu aan mijn ik van twintig jaar
Mijn ik van twintig jaar, die denkt in uitroeptekens
In zwart en wit, dwars tegen alles in
Gematigd en voorzichtig zijn, vindt-ie
Water bij de wijn
Hij wil alles of niks en niks er tussen in
En later, joh, da's voor hem allang begonnen
Hij heeft genoeg aan een akoestische gitaar
En dat later zal er trouwens later anders uitzien
Voor 'The times they're changing', reken maar

Kijk, daar zit-ie op zijn kamer met zijn vrienden
Hij heeft die middag alle platenzaken afgezocht
En voor het geld dat-ie op zaterdag verdiend heeft
De nieuwste van Bob Dylan net gekocht
Kijk, ze drinken en ze praten over vriendschap
Die zal voor eeuwig zijn, 'an everlasting song'
Ze gaan nooit meer uit elkaar, zeker weten, reken maar
En Bob Dylan zingt: 'May you stay forever young!'
En Dylan zingt 'May you stay forever young!'

Een rugzak vol met idealen, dat is mijn ik van twintig jaar
Dat wordt later bakzeil halen, want die zak is veel te zwaar

Soms roep ik mijn ikken bij elkaar
Het woord is nu aan mijn ik van dertig jaar

Mijn ik van dertig jaar is teruggekomen
Van: "Zeker weten, zwart en wit" en "Ik heb gelijk!"
Hij nuanceert met zijn verstand
De waarheid tot een diamant
Die steeds van kleur verandert als je anders kijkt
Hij geeft absoluut het voordeel aan de twijfel
Maar soms krijgt-ie opeens zo'n heimwee naar
Dat stompzinnige geloof in idealen
Van zijn uitgesproken ik van twintig jaar

Kijk, daar kiest-ie nog een keertje voor de vrijheid
Maakt z'n verkering uit en zegt z'n baantje op
Maar hij heeft veel te snel beslist, zich vreselijk vergist
Hij kan geen kant met al die nieuwe vrijheid op
Kijk, daar wordt-ie wakker met een kater
De grote ongebonden, vrije twijfelaar
Ach, kwam zijn moeder maar, met een glaasje water
Ach, was-ie maar weer veilig negen jaar

Ach, mijn ik van dertig jaar, wordt nooit geen negen meer
Hij wordt al aangesproken met: meneer

Laatst riep ik weer mijn ikken bij elkaar
En toen ik weer eens vroeg "Hè‚ welke ik is eigenlijk waar?"
Zeiden mijn ikken opeens: "Zeg jij het maar
Jij bent de oudste, de ik van veertig jaar!"
En toen ik zei: "Dat zou ik eigenlijk niet weten"
Zeiden mijn ikken: "Da's helemaal niet waar
Weet je wat jij bent, joh? Je bent ons niet vergeten
Daarom roep je ons nog altijd bij elkaar"

Je bent die jongen met die rood-oranje vlieger
Die af en toe nog blij is als het sneeuwt
Je bent die jongen met lang haar
Van twintig jaar, met een gitaar
Die af en toe nog weleens over onrecht schreeuwt
En soms ben je die jongen weer van dertig
Van: "Ik weet niet, misschien, bekijk het maar"
Je bent een dromer, een drammer, een twijfelaar
Een ik van veertig jaar, die nog geen ikje is vergeten
En nog vaak van ons wil weten
Maak ik jullie af en toe nog wel eens waar

© Harrie Jekkers, Koos Meinderts




zaterdag 20 april 2019

Donna Dijkhuizen/Carolina Summer

'Ik ga vanavond naar het theater' deelde ik gisteren op mijn werk mee. 'O leuk, waar ga je heen?' 'Naar een voorstelling met de muziek van Donna Summer.' Glazige blikken en een plichtmatig 'nou, veel plezier' was mijn deel. Ze hadden geen idee. Ik weet dat iedereen veel jonger is dan ik, maar kom op mensen, Donna Summer! Zij is het die met de "Bohemian Rhapsody" van de discomuziek "I Feel Love" de bakermat heeft gelegd voor de hedendaagse dancemuziek. Ik ben omringd door cultuurbarbaren.

Je kunt als zangeres qua uiterlijk wel heel erg op Donna Summer lijken, maar klink je dan ook als Donna? Nou, Carolina Dijkhuizen is niet alleen de spitting image van Donna, haar stemgeluid in de niet altijd eenvoudige nummers is bijna één op één. Samen met het Gare Du Nord Orchestra en twee waanzinnige backings, Shirley Storm en Lodewijk (zijn achternaam weet ik helaas niet), brengt ze in twee uur een geweldige doorsnede van Donna's uitgebreide oeuvre. 

Donna's carrière begon in Duitsland in de musical "Hair", maar het was in Nederland waar ze haar eerste grote hit had in 1974 "The Hostage". Ondanks de wereldfaam die haar later ten deel viel, zei ze in interviews steevast een plekje in haar hart te hebben voor 'dat kleine landje aan de Noordzee' waar ze haar eerste hit scoorde. 'In die show met dat rare mannetje' refererend aan Dolf Brouwers in "Van Oekel's Discohoek"  

De muzikanten van Gare Du Nord zetten de muziek van Donna Summer goed neer waarop Carolina kan excelleren ondersteund door de vocalen van Shirley en Lodewijk. De koortjes, om het maar even neerbuigend te zeggen, van veel van Donna's nummers vragen wel iets meer dan simpel meezingen. In het duet "No More Tears" neemt Shirley de partijen van Barbra Streisand op zich en dat doet ze op indrukwekkende wijze. Het komt allemaal voorbij. "State Of Independence", "Could It Be Magic", "I Feel Love", "Bad Girls" en vanzelfsprekend als toegift "Last Dance" Wat ik begreep van Carolina is het nummer "The Hostage" pas later toegevoegd op zoals dat zo mooi heet 'veler verzoek'. Ik snap het wel, ik hoopte er ook op dat ie kwam. Deze voorstelling zou qua professionaliteit en vakman/vrouwschap in de hele wereld gepeeld kunnen worden zonder dat nummer, maar in Nederland móet ie er gewoon in. Donna heeft het zelf op tournees nooit meer gezongen trouwens, omdat het enkel hier een hit was. Haar internationale carrière begon met "Love To Love You Baby" een jaar later. 

Het was een geweldige avond met fantastische muzikanten en een fenomenale zangeres die zo dicht tegen de echte Donna Summer aanzit, dat Donna's zuster Linda die een fragment van Carolina als Donna via een linkje te zien kreeg haar een groot compliment maakte. En Donna? Die keek vanaf haar Queen Of Disco troon in de hemel neer en zag dat het goed was. 



Carolina en Shirley zingen "No More Tears".