donderdag 19 juli 2018

Wim Hogenkamp: Mijn zoon was een terrorist

Onlangs maakte ik ademloos kennis met dit lied van en door de betreurde Wim Hogenkamp. Gemaakt en opgenomen in 1981 voor zijn album 'Punt Uit'. Ik was gegrepen door de tekst en de manier waarop Wim het bracht, maar bovenal ook hoe ongelooflijk actueel dit lied, 37 jaar later, is. Het verdient het om anno 2018 in het repertoire te worden opgenomen door iemand die het met net zo'n intensiteit kan brengen als Wim.


Mijn zoon was een terrorist, dat is ie nu niet meer
Bij de een of andere actie knalden ze 'm neer
Ik heb het nooit begrepen, wat 'm dreef tot dit soort daden
Totdat ik hem zag liggen, op TV en in de bladen
Ze lieten hem zo duidelijk zien, daar lag ie badend in zijn bloed
In kleur over twee pagina's dat doet het bij de abonnees zo goed

Toen ik mijn jongen daar zag liggen, voor Jan publiek zo uitgestald
Toen kwamen al die vragen als wie heeft het voor wie verknald
Want zijn erfdeel was een wereld, die vervuilde en verkrotte
Een wereld vol met mensen die om je kleur of je geloof bespotten
Een dreiging van tekorten, gezag ongrijpbaar aan de top
Daar mocht ie het mee doen, hier is de troep en ruim maar op

Een wereld die verloederd, die wij onze kinderen geven
Een bom die haast op springen staat en waar hij op mag leven
Een vader die van fatsigheid en drank niet meer kan staan
Een moeder die te slap is, om er tegenin te gaan
Maar hij wenst niet vervuild te zijn, niet van lichaam noch van geest
De huichelaar de hypocriet, die haatte die het meest

Mijn zoon was een terrorist, dat is ie nu niet meer
Bij de een of andere actie knalden ze 'm neer


woensdag 18 juli 2018

Taboe

Nederlanders hebben over het algemeen een obsessie wat betreft het weer. Het is een vrij homogene fixatie die simpel valt uit te leggen in: zon en warmte is fijn, regen en kou is niet fijn. Dat verklaart de drang om waar men ter wereld ook zit de temperaturen aldaar door te geven aan het thuisfront. Waarbij het de bedoeling is dat het weer beter (lees warmer) moet zijn dan thuis voor een extra stukje genot. De ontvangers dienen dan ook geheel volgens het protocol (gespeeld) jaloers te reageren. Het is één van die stilzwijgende omgangsvormen die in de loop van de tijd gemeengoed is geworden.

Ik speel dat gewoon, zij het wat minder fanatiek, mee, ondanks het feit dat ik helemaal niet van warm weer hou, 22 hooguit 23 graden is voor mij meer dan genoeg. Alles daarboven beschouw en ervaar ik als onprettig. Ook nu ik het gevoel heb dat het al zes weken belachelijk warm is, de natuur voor mijn ogen aan het verdorren en verdrogen is, ik zoveel mogelijk binnen blijf en pas naar buiten ga als het echt niet anders kan, voelde ik niet echt de drang dit mee te delen, omdat ik meende vrijwel alleen te staan in die mening.

Nu ben ik wel in het stadium van mijn leven dat het me echt niet uitmaakt als enige iets heel anders te vinden of het anders te zien dan de meerderheid, maar ik huldig het principe dat wat mijn mening is alleen belangrijk is voor mij. Bovendien is niets zo zinloos als klagen over het weer, omdat je er toch niets aan kunt doen. Weer signaleer en onderga je, je past er je doen en laten daar waar mogelijk op aan, en klaar. Maar gisteren toen ik vernam dat ergens richting volgende week een hittegolf staat aan te komen, terwijl ik zoals gezegd het gevoel heb al wekenlang in een hittegolf te verkeren en juist zo hoop op, vooral voor de natuur, wat flinke regenbuien, knapte er iets in me. Zeker toen er werd gesuggereerd dat de temperaturen wel eens richting 40 graden zouden kunnen oplopen.

Heel voorzichtig heb ik op die mededeling als volgt gereageerd: 'Ik weet dat ik vrijwel alleen sta als ik zeg: ik hou helemaal niet van dit weer. Blijf het liefste binnen'. Wie schets mijn verbazing dat spot en hoon niet mijn deel waren, maar herkenning, begrip en steun. Wie had gedacht dat wat ik beschouwde als het laatste taboe, warm weer niet per definitie fijn vinden, meer leeft dan ik kon vermoeden. Het zal een minderheid zijn, maar dat ik in een minderheidspositie verkeer, daar ben ik aan gewend.

Dit blogje is dan ook een hart onder de riem voor iedereen die niet zo gelukkig is met de hitte, zoals het overal wordt voorgespiegeld dat we zouden moeten zijn. En dan houden we nu gewoon weer onze mond en ondergaan het op individueel gepaste wijze. We gunnen het de mensen voor wie het niet warm genoeg kan zijn, onze tijd van meer aanvaardbare temperaturen komt er fluks weer aan.


dinsdag 17 juli 2018

Ontruiming

Toen ik hier nog niet zo lang woonde, had ik vrij veel overlast van mijn bovenburen. In de nacht veel lawaai, ruzies, mensen aan de deur, dat werk. Ik ben niet zo'n klager, en toen de man eens bij mij aanbelde met de mededeling dat er, zoals hij zei, 'een plantje' van zijn lanai op de mijne was gevallen, stond voor me een man van twee meter met een enigszins verwilderde blik in camingsmoking gehuld op plastic badslippers mét sportsokken. Niet het type met wie je eens een gesprek aangaat over overlast. Het plantje bleek overigens een meter hoge wietplant te zijn.

Op een gegeven moment viel het me op dat het erg rustig was boven, misschien waren ze op vakantie, maar een buurvrouw wist me te vertellen dat ze met huurschuld waren uitgezet. Voor mij in dit geval een zegen, en van de buren die erna zijn komen wonen hoor ik niet meer dan de gebruikelijke woongeluiden.

Omdat het in de straat momenteel een komen een gaan is van werktuigen, werkmannen en containers voor de nutsbedrijven en het opnieuw bestraten vond ik het niet zo raar dat er zo'n man of tien bij elkaar stonden te wachten op iets of iemand, echter bleek het een ontruiming in voorbereiding te zijn. Ze waren in afwachting van de politie. Bij terugkomst van het boodschappen doen werd het me pijnlijk duidelijk: het huis van mijn buurman (blog van 12 juli) werd ontruimd. Ik manoeuvreerde me met boodschappentrolley (als beginnend bejaarde met rugklachten mag dat) door de naar mij toe vriendelijke mannen en onze bewonersconsulent, die de meter aan het opnemen was, heen om bij mijn woning te komen.

Heel veel werk zullen ze er niet aan gehad hebben, want er stond niet zo veel (meer) in volgens mij, maar toch vind ik het altijd een triest iets zo'n ontruiming. Ook de eerste keer met die lastige buren. Je weet nooit wat er aan ten grondslag ligt hoe het zover is gekomen dat er geen huur meer betaald kan worden. Zoals eerder gezegd heb ik altijd fijn naast de buurman gewoond en heeft hij me wel eens geholpen met gaatjes boren in de betonnen muren. Ik hoop dat wat er momenteel niet goed gaat in zijn leven snel weer op de rit gezet kan worden.

Voor mij is het nu spannend wie er naast me komt wonen. Ik hoop een rustige alleenstaande of een paar zonder kinderwens, maar het zou evengoed een gezin kunnen zijn met kwetterende stemmetjes en het getrappel van kleine voetjes. We gaan het meemaken.