zaterdag 11 augustus 2018

Stephen King

Het was woensdagavond, tijd om naar bed te gaan. Zoals gewoonlijk stond Waldemar onder mijn slaapkamerraam zijn eigen rustige standvastige zelf te wezen. Twee eigenschappen die ik zeer in anderen waardeer. In het donker, want anders muggen, deed ik de klapramen van de slaapkamer dicht en toen een enorme pijn. Ik was barrevoets en iets was met een geweldige klap op mijn linkervoet gevallen. De pijn wat dat veroorzaakte reduceerde barenswee├źn tot een buikkrampje. Ik heb nog nooit iets lichamelijks gebroken, maar dit zou wel eens de eerste keer kunnen zijn. Veroorzaker bleek Waldemar die zich voorover op me had gestort. Zijn onbeweeglijke kapsel of zijn geprononceerde neus had mijn teen trefzeker geraakt. Waldemar! Na al die jaren?!

Ik strompelde naar de deur om het licht aan te doen, ik kon in eerste instantie mijn getroffen teen niet bewegen. Lopen, lopen, lopen, was mijn mantra. Na enige tijd kon ik mijn pijnlijke teen ietsjes bewegen, goed, niet gebroken dus. 'Blijft mij dan niets bespaard?!' riep ik in lichte wanhoop uit. Als ba'er moet je soms eens testen of je stem het nog wel doet, daarom zeg ik zo wel eens wat. Tegen mezelf of tegen niemand in het bijzonder, dat is niet altijd duidelijk. Het lijkt een wat overdreven reactie, maar eerder had ik al aan dezelfde voet een blauwe enkel opgelopen door een ongeco├Ârdineerde actie op de sportschool waardoor ik van een bankje afkukelde. Omdat ik op dat moment alleen in de zaal was, is het gelukkig door niemand gadegeslagen. Ook had ik dezelfde week een plotselinge zeer onsmakelijke huiduitslag op mijn rug mogen ervaren. Rode pukkeltjes die geen pijn deden en niet jeukten maar er wel zaten. Bij ontdekking gingen mijn gedachten van quarantaine via plannen maken voor euthanasie naar misschien eens even googelen. Daar kwam ik er achter dat het warmte uitslag was, veroorzaakt door die ###hitte en het feit dat ik desondanks toch sport. Binnen een week zou het weer verdwijnen, hetgeen ook gebeurde.

'Blijft mij dan niets bespaard' dus. Nou nee, want terwijl ik strompelend mijn bed wil opmaken en een laken met een sierlijke zwaai op het bed wil draperen, raak ik schijnbaar de lamp die zich vanaf het plafond op het bed stort, waardoor ik in het donker sta. Ik ben in een Stephen King verhaal beland, waar mijn huisraad tegen mij in opstand komt! Zal ik deze nacht nog gaan overleven? Dat is uiteindelijk goed gekomen, maar de dag erna was de rampspoed nog niet geweken, hoewel er een miniem kansje bestaat dat het mijn eigen schuld was, blijf ik zeer achterdochtig jegens mijn inboedel.

De lamp moest weer opgehangen en aangesloten, dat was nog even een gepuzzel hoe, want alles was naar beneden gekomen en ik wist niet meer hoe ik het destijds had bevestigd, maar ik was er na enige tijd uit. De lamp moest ook weer worden aangesloten en hoeveel stroom kan daar nou opzitten, lampen zijn geloof ik zwakstroom of zoiets. Nou, dat is dus niet zo. Ik kreeg een enorme elektrische schok in mijn hand, ik had gelukkig voor het eerst sinds dagen weer sokken aan, want ik stond op een metalen trap en volgens mij geleidt dat. Het ergste is dat dit niet de eerste keer is, ik had het ook eens met een stopcontact. Een memo aan mezelf is dat ik dus gewoon te allen tijde de stroom moet uitschakelen als ik iets met elektrisch ga doen. Of beter nog, moet ik dat soort dingen helemaal niet doen.

Een hoewel je dit laatste als mijn eigen domme fout kunt zien, meende ik toch een klein demonisch glimlachje op de lippen van Waldemar te bespeuren. Speaking of Waldemar, inmiddels is mijn getroffen teen donkerblauw. Mijn huisraad keert zich tegen me, ik ben ervan overtuigd. Dus als ik word gevonden met vreselijke brandwonden met de waterkoker nog in mijn hand, of levenloos onder een nog lopende douche met de slang rondom mijn nek, dan hebben zij gewonnen.

Waldemar.

De lamp hangt weer en ik ben er nog. 


Geen opmerkingen:

Een reactie posten