Tante Jopie en Ome Ton

"Ik heb zin om naar m'n tante toe te gaan. Als ze mij en zoen wil geven moet ik bukken en zijzelf moet dan op haar tenen staan".
Boudewijn de Groot, 1973

Vandaag wordt ze 90 jaar, de zus van m'n moeder, mijn tante Jopie. Na het overlijden van haar man, ome Ton, in 2009, is ze verhuisd naar het zorgcentrum in Den Haag aan de overkant van waar ze jaren heeft gewoond. Ik heb deze mensen mijn hele bestaan gekend en het spreekt voor zich dat ze als een rode draad door mijn leven lopen. 

Van in mijn prilste jeugd heb ik wat vage fragmentarische herinneringen aan de tijd dat ze net als wij ook in Den Haag woonden op de Marktweg, ik kan me een oud en nieuw herinneren die we daar eens hebben gevierd, op koffievisite gaan samen met m'n moeder, een brand bij de benedenburen van hen en dat zij, toen de verjaardagen bij ons nog op legendarische wijze werden gevierd met gehuurde stoelen, dansen ( "Wooly Bully") en zelfs polonaises via het balkon door de gang de kamer weer in, samen met hun zonen Tonny en André altijd van de partij waren. Ook met een vakantie eind jaren 60 in Eerbeek of Hierden stonden ze op de camping in de buurt waar ons gezin een huisje had gehuurd en de families elkaar opzochten. 

Begin jaren 70 verhuisden tante Jopie en ome Ton naar Zoetermeer. Ome Ton werkte in de buitendienst van het Azivo in Den Haag en omstreken, en had altijd prachtige verhalen over de kleurrijke Hagenaars die hij daarbij ontmoette. Daarvoor had hij ooit in een banketbakkerij gewerkt, en zijn eigengemaakte taarten zijn z'n hele leven lang iets geweest om naar uit te kijken. Als kind kan ik me verschillende uitstapjes herinneren die we samen met hen hebben gemaakt en feest,- en hoogtijdagen die we hebben doorgebracht met elkaar. Ook heb ik een aantal keer bij ze gelogeerd.

Als mijn moeder en tante Jopie over vroeger begonnen te praten, hing je aan hun lippen. Hoe zij het als kinderen hebben gehad en natuurlijk de oorlogstijd waar ze als meisjes van 14 en 15 jaar in Roermond terecht kwamen bij de nonnen, hoe erg dat was, de bombardementen, de evacuatie lopend in de vrieskou naar Duitsland om vanuit daar in veewagens naar Friesland te gaan, maar ook dat ze in die verwarrende tijd altijd samen waren en toch ook hebben gelachen.

Er kwamen in de jaren 80 tweewekelijkse kaartavondjes met mijn ouders, en net toen mijn ouders naar Doetinchem verhuisden, kwamen tante Jopie en Ome Ton na zijn pensionering weer terug naar Den Haag. Wie anders dan tante Jopie hielp haar zuster met het schoonmaken van de drie etages tellende woning in Doetinchem. Ze kwamen niet ver wonen van waar ik op mezelf ging wonen in de Dalfsenstraat, en tante Jopie bood ook haar diensten aan mij aan om eens in de twee weken schoon te maken, en ik heb het al eens eerder gezegd, maar ik zeg het weer: nog nooit had en nog nooit heeft mijn huis er schoner uitgezien. Wat kon die vrouw hard en goed werken! Ome Ton werd door haar ontboden als er wat geklust moest worden in mijn huis, en dat deed die goeie man dan ook. Nooit vergeet ik die keer dat ik mijn tas met alles erin verloren was, en ik tante Jopie verwittigde die direct tegen haar man zei: "Ik moet nu naar Aidan, er is nood aan de man, hij kan zijn huis niet in", en als een dolle op haar fiets kwam aangesneld, bij mij thuis de wacht hield terwijl ik naar het politiebureau ging en die tijdens mijn afwezigheid een telefoontje had gehad van de eerlijke vinder. Het liep met een sisser af.

Zo zijn er zoveel ontelbare kleine en grote momenten die ik samen met mijn tante en oom heb beleefd dat ik er welhaast een blogjes-feuilleton over kan schrijven, de daagjes uit samen met mijn moeder, tante Jopie en mijn zus, waarbij mijn moeder bij het dagje Delft had geregeld dat we hun ouderlijk huis mochten bezoeken. De boot van ome Ton waarmee we gevaren hebben. Die keer toen ik nog heel klein was en ik dol was op Fruitella wat een kwartje kostte en ome Ton mij een kwartje voor hield en een gulden en zei dat ik voor die gulden 4 rolletjes kon kopen en ik toch voor het kwartje koos, dát wist ik zeker, die gulden geloofde ik niet zo. Zoveel dierbare herinneringen, voor mij van onschatbare waarde.

Vandaag is ze dus 90 jaar, en ze heeft het goed naar haar zin waar ze nu woont, mijn moeder, mijn zus en ik gaan aanstaande woensdag naar tante Jopie toe, maar niet te lang, ze heeft zo haar eigen ritme van de dag en daar moet niet te veel verandering in komen, maar een bezoekje van een paar uurtjes kan ze wel aan, en dan zegt ze tegen de mensen waarmee ze altijd zit: "Vandaag is mijn zusje er, dus kom ik niet bij jullie zitten." Maar je merkt dat ze na een tijdje toch graag weer haar eigen plekje bij haar eigen mensen wil innemen, en dat is goed zo, als je 90 bent is dat geoorloofd.

Een foto, volgens mij uit de jaren 60, met links tante Jopie die haar broer Ome Bertus omarmt,
daarachter (meen ik) de vrouw van ome Bertus, tante Riet en mijn vader. Prominent in het midden ome Ton met
een voor mij onbekende vrouw.

Juli 1986 tante Jopie en ome Ton in hun tuin in Zoetermeer.

Mei 1988 tante Jopie en ik 'ruziënd' over wie het laatste beetje pudding mag
in Doetinchem bij mijn ouders.

Juni 1990 ome Ton en ik op zijn boot.

Mei 1992 mijn moeder en tante Jopie voor de deur van hun ouderlijk
huis in Delft. 


Reacties

Deze blogs zijn de afgelopen 30 dagen het meeste gelezen:

De Babbelkrant

Koffievisite

In Memoriam: Tijn Kolsteren

Amis à Paris

€500,-

Vakantiedag in (semi) eigen stad