Politie! Aufmachen!

Er zijn verschillende manieren om te ontwaken, door de wekker, als je mag werken, ondanks dat o.a. werknemersrechten met voeten worden getreden en het bedrijf waar ik werk mede daardoor wekelijks rechtszaken heeft die ze verliezen maar daar geen lering uittrekken, blijf ik zeggen mág werken, door het gekwintelier van vogeltjes, gewoon uit jezelf, de meest natuurlijke manier van ontwaken of zoals ik gisteren, door de deurbel. Ik word met enige regelmaat gewekt door de deurbel, maar ervaring heeft mij geleerd daar niet op te reageren, omdat bij de entree van het appartementencomplex mijn bel links bovenaan is gesitueerd belt alles wat naar binnen wil daar aan, van schoonmaakploegen en SRV-mannen tot Jehova's getuigen. Na een paar keer 'Het Woord' geweigerd te hebben negeer ik niet aangekondigde aanbellers dus gewoon.

Om 7.30 op zaterdagmorgen verwacht ik echt geen bezoek, dus toen de bel ging dacht ik: 'Ja dáhág', en draaide me nog eens om, toen bij de derde keer de vinger aan de bel gelijmd leek, besloot ik toch maar even 'hallo' in de intercom te zeggen. "Politie! Wilt u de deur opendoen!?" Als de lange arm van de wet te kort blijkt om hun belangrijke werk te doen, en ik kan er een rol in spelen dat het recht zijn loop heeft door alleen maar simpelweg een knopje in te drukken zodat zij de plaats van het misdrijf kunnen bereiken, dan voldoe ik als goed staatsburger aan het verzoek. Toen ik vol van mijn sleutelrol in het oplossen van de misdaad weer naar bed wilde gaan, bleek dat de politie voor míjn deur stond!
Twee vrouw/man sterk.

Meteen werd het de door de wetshandhavers en verplegend personeel gehanteerde, iets te luide neerbuigende 'waar-denken-wij-dat-wij-mee-bezig-zijn-toontje' aangeslagen, toen de agent constateerde: "Goedemorgen, u bent met een taxi naar huis gekomen". "Nee hoor, antwoordde ik half lachend, "Kind, ik ben niet eens weggeweest". Zo makkelijk kwam ik er niet vanaf. "Doet u even slippers aan, dan kan de taxichauffeur zien of hij u herkent". Op weg naar boven om slippers aan te gaan doen, dacht ik wat iedereen denkt in zo'n situatie: 'Ik zit in Bananasplit! Ergens in een verborgen regiewagen zit Frans Bauer hikkend van de lach: "h-h-hij t-t-tr-trapt erin, hihihi". Zij dachten toch niet voor één moment dat ik net uit bed, zonder schmink, met ongestyled haar in het scherpe ochtendlicht toestemming zal gaan geven om dit op nationale TV uit te zenden? Onderwijl hoorde ik de agent tegen haar collega zeggen: "Nou die is duidelijk écht net wakker". De tijd dat ik op ieder moment van de dag en nacht fris en fruitig voor de dag kwam ligt als beginnend bejaarde duidelijk achter me.

Eenmaal weer beneden bleek de taxichauffeur met nóg een agent (het mocht wat kosten) beneden onder de galerij te staan en bij mijn aanblik zei: "Dat is 'm niet." "U zei laatste woning op de eerste etage" sprak de agent enigszins verwijtend, en tegen mij: "Nou ja , sorry, u kunt weer lekker gaan slapen".
Het was gelukkig nog vroeg, en ik ging er vanuit dat niemand van de buren dit tumult had gezien, maar toen ik later die dag boodschappen ging doen meende ik toch wat steelse blikken te zien en moeders die hun kinderen wat dichter tegen zich aantrokken. En werd ik bij Albert Heijn nu door de beveiliging in de gaten gehouden en gevolgd, of ben ik door deze ervaring paranoïde geworden?




Reacties

Deze blogs zijn de afgelopen 30 dagen het meeste gelezen:

Pesten

De Hond bijt zich vast

Het g-woord

Ik wil dat hebbáh

In Memoriam: Cees Bergman