Tien kleine Indiaantjes

Tien kleine Indiaantjes gingen uit eten langs verre wegen.
Eén stikte in zijn drankje – toen waren er nog negen.
Negen kleine Indiaantjes praatten tot diep in de nacht,
Eén kon niet wakker worden – toen waren er nog acht.
Acht kleine Indiaantjes kwamen op een eiland aangedreven,
Eén zei, dat hij niet verder wou – toen waren er nog zeven.
Zeven kleine Indiaantjes kapten hout met een kapmes,
Eén sloeg zichzelf in tweeën – toen waren er nog zes.
Zes kleine Indiaantjes hielden een honingbedrijf,
Eén werd gestoken door een bij – toen waren er nog vijf.
Vijf kleine Indiaantjes kregen met het recht gemier,
Eén kwam terdege in de knoei – toen waren er nog vier.
Vier kleine Indiaantjes gingen naar zee en zie,
Eén rode haring verzwolg er een – toen waren er nog drie.
Drie kleine Indiaantjes gingen naar Artis mee,
Eén grote beer drukte er een fijn – toen waren er nog twee.
Twee kleine Indiaantjes gingen naar het zonnebad heen,
Eén schroeide de zon een gat in zijn bast – toen was er nog maar één.
Eén klein Indiaantje bleef helemaal alleen.
Hij hing tenslotte zich maar op – dus bleef er toen niet één.


Het personeelsbeleid op mijn werk lijkt erg op het aloude versje uit 1945 "Tien Kleine Indiaantjes". In hun oneindige wijsheid zijn er 400 mensen, waarvan velen er meer dan 40 jaar werkzaam waren, ontslagen. Mensen die weten hoe het metier werkt, die, als dat al gaat gebeuren, vervangen zullen worden door zo goedkoop mogelijke arbeidskrachten, lees (zeer) jonge mensen voor wie dit hun eerste baan zal zijn en die, met dank aan onze onvolprezen regering, 3 maal 7 maanden een contract aangeboden krijgen en vervolgens bedankt worden, want vaste contracten, daar doet vrijwel geen enkel bedrijf meer aan. 

Ook worden door de firma mensen-van-een-zekere-leeftijd met een, voor hun begrippen, aanzienlijk salaris aangeboden om op een financieel aantrekkelijke manier hun loopbaan te beëindigen. Dit alles is vrij bijzonder omdat deze keuzes ettelijke miljoenen kosten en er al een heel jaar lang moord en brand geschreeuwd wordt dat er nergens geld voor is. 

Voor mij betekent het dat er twee dames én mijn leidinggevende vertrekken, wat tot gevolg heeft dat ik samen met 2 parttimers overblijf, waarbij ik met een aan zekerheid grenzende veronderstelling vermoed dat ik weer duidelijke grenzen moet gaan aangeven, temeer omdat ook de bedrijfsleider is vervangen en we nu iemand hebben waarvan ik de indruk krijg dat haar contactuele eigenschappen alsmede de basis omgangsvormen niet de doorslag hebben gegeven haar die functie te laten vervullen. 

Kortom het wordt wederom een spannend jaar op het werkvlak, omdat ik niet het gevoel heb dat er klantgericht gedacht word, het enige waar we ons in zouden kunnen onderscheiden. De klachten over een niet functionerende webwinkel, waarbij die klachten ook niet of nauwelijks worden opgelost zijn buitenproportioneel. Klantgericht handelen vanuit het hoofdkantoor lijkt welhaast onmogelijk, ik krijg gewoon geen antwoord. Het enige wat ik zoveel mogelijk probeer te doen is de klanten die bij mij komen, ondanks de tegenwerking van de firma zelf, zo goed als binnen mijn vermogen ligt te helpen. Ik merk dat het (door de klanten) gewaardeerd wordt, maar het is een druppel op een gloeiende naar een faillissement afglijdende plaat. Ik voel me steeds meer roepende in de woestijn, steeds meer als het laatste Indiaantje.


Reacties

Deze blogs zijn de afgelopen 30 dagen het meeste gelezen:

De reünie

Cultureel erfgoed

Kaarsverlicht diner

Hendrik Groen

In Memoriam: Gert Timmerman

Nieuwe familie