donderdag 24 november 2022

Literair geweten

Het blogje van gisteren deed me denken aan de wekelijkse spreuken die ik de laatste jaren bij V&D steeds op de kantinetafels zette en, met ingehouden adem, in het voorportaal van de hel, de rokersruimte, op het mageneetbord aan de muur bevestigde. 

Het is begonnen toen het bedrijf slogans had bedacht met betrekking tot klantencontact, collegialiteit, werksfeer en zelfreflectie. En die waren me toch oubollig, dus toen de toenmalige bedrijfsleider me vroeg of ik ze in de kantine wilde zetten zodat ze goed door de werknemers zouden worden opgenomen, zei ik haar dat ik wel iets in die trant ging neerzetten, maar dan met andere teksten die aan zouden spreken, maar waar iedereen ook nog over na kon denken. Dat vond ze prima, mits ik me maar aan de vier kernpunten hield. Dat deed ik in eerste instantie, maar gaande weg werd het gewoon een spreuk. Wel altijd werkgerelateerd, al moest men er soms even voor doordenken.

"Hij is weer goed deze week!" kon een collega soms zomaar zeggen, maar ook "Ze worden minder sterk", als iemand de spreuk van de week niet aansprekend genoeg vond. En ook waren collega's wel eens argwanend of ik er 'iets' mee bedoelde, meestal als de betreffende spreuk wel eens op hen van toepassing zou kunnen zijn. Ik antwoordde dan steevast: "Het is allemaal ter leering ende vermaeck, als literair geweten van dit bedrijf wil ik jullie iets meegeven". 

Met name de bedrijfsleider van het blogje van gisteren, die rood van woede kon geraken en daarbij vaak ging stampvoeten, wist niet zo goed wat ie aan moest met de erfenis van zijn voorgangster. Als mijn leidinggevende op maandagochtend binnenkwam, de dag waarop de nieuwe spreuk werd gepresenteerd, kon hij hem begroeten met: "Wat heeft die boekhandelaar van jou nou weer neergezet?!" Hij vreesde minstens sabotage van binnenuit, waarschijnlijk een kwestie van waard en gasten. Soms vroeg ie het ook aan mij: "Wat bedoel je daar nou weer mee?" Ik reageerde dan met: "Niets, gewoon wat er staat."

Maar de crux zat 'm dus in het feit dat iedereen het op zijn/haar eigen manier kon interpreteren, al naar gelang hoe iemand zelf in het leven stond, of in dit geval, hoe iemand zichzelf in de werksituatie zag. Mensen betrokken de spreuk, zoals ik al zei, toch meestal op zichzelf. En dat was ook de bedoeling. Vaak hielden ze een spiegel voor, in de regel waren ze licht ironisch en vergrootte ik iets uit, of ik trok het in het belachelijke, maar altijd met het doel de collega's een glimlach te bezorgen en tegelijkertijd over iets na te laten denken of het er met elkaar over te hebben. 

Ik heb alle spreuken bewaard en meegenomen uit de rokende puinhopen van het faillissement. Ze liggen ergens in een kastje er gewoon te zijn. Na mijn dood gaan ze met het oud papier mee. Dat mag, ze hebben hun diensten bewezen. 

Zo zagen de eerste spreuken eruit, gekoppeld aan een kernpunt. 

Later zagen ze er zo uit. 


Geen opmerkingen:

Een reactie posten