Ons Ideaal

"Mijn vader heeft een groentetuin, 
d'r groeit van alles in.
Dat is de vitaminebron voor heel het huisgezin."
Heleentje van Capelle, 1953

"Ze vonden in 1970 hun plek aan de Endehoekseweg. Daar kon volkstuinvereniging Ons Ideaal wortel schieten. “Het voordeel was dat meteen het grootste en meest moderne complex van Rijswijk kon worden gebouwd. Met riolering, water, gas, licht en tweehonderd vierkante meter tuin.” Het idee van een volkstuin veranderde. “Het is allang niet meer bedoeld om in het eigen onderhoud te voorzien. Je ziet tegenwoordig ook meer bloemen en planten dan gewassen. Voor veel mensen is het een tweede woning geworden. Een luxe manier van recreëren, die bereikbaar is voor gewone mensen.” 



Tot zover een heel klein stukje geschiedenis van het volkstuinencomplex Ons Ideaal, waar mijn ouders begin jaren 70 een huisje kochten. In den beginne was er letterlijk niets, ik kan me nog herinneren dat we zijn gaan kijken en je alleen het stuk land kon zien wat van ons was, met door touwtjes afgebakend waar het huisje zou komen. Dat huisje werd neergezet, maar de rest diende de eigenaar zelf te doen. Er was, zoals in het bovenstaande stukje staat te lezen, riolering, maar je moest zelf een geul graven naar de plek waar het pad zou komen. Mijn vader was daar niet goed in, en dat heb ik dan van hem geërfd. Hij stond in de kantine en hoorde twee mannen zeggen; "Heb je gezien bij tuin 70? Die kerel heeft de rioleringsgeul helemaal scheef gegraven" "Hier staat die kerel" zei mijn vader. De mannen boden direct aan om hem te helpen. 


In het begin was het pionieren, het was een kale vlakte, maar toen er eenmaal paden kwamen, de huisjes werden neergezet en de mensen begonnen met tuinieren werd het in de loop der tijd een oase van groen. Ook onze tuin zag er geweldig uit, want groene vingers, die had mijn vader wel. Dat heb ik dan weer niet van hem geërfd. Voor het huisje een bloementuin en achter het huisje verbouwde hij wat groenten en fruit, rabarber, sperziebonen, worteltjes, sla, aardbeien, ik kan me nog een bramenstruik herinneren waar de man potten met jam van maakte. Ook had hij eens bloemkool geplant en kwam op een dag vol trots met een bloemkool-uit-eigen-tuin thuis. Toen mijn moeder de bloemkool wilde bereiden zag ze zoveel beestjes er uit komen dat ze de zorgvuldig gekweekte groente in de vuilnisbak wierp en bij de groenteman op de hoek een bloemkool kocht. Tegen mijn vader zei ze het niet en die merkte 's-avonds op dat je goed kon proeven dat dit nu bloemkool-uit-eigen-tuin was.

Omdat wij geen auto hadden was het belangrijk dat het complex vanuit ons huis te fietsen was. Het was in Rijswijk en er waren twee routes heen, de eerste ging via Loevesteinlaan die overliep in de Schaapweg die weer overliep in de Monseigneur Bekkerslaan, aan het eind daarvan rechtsaf van Eikelenburglaan op en dan was je er. De tweede route was veel leuker, daar had je meteen een soort vakantiegevoel bij omdat die langs tuinbouwkassen voerde: De Leyweg af, rechts klein stukje Noordweg en dan naar links tussen de kassen de Tomatenlaan op aan het eind links Oosteinde op en dan rechts een destijds klein landweggetje, Endehoekseweg, in. Volgens mij was dat iets langer, maar zo voelde het niet. 

Je kon ook in het huisje slapen en zolang ik klein was deed ik dat ook, maar zodra ik alleen thuis kon blijven stopte ik daarmee, omdat mijn vader ontzettend snurkte en ik daardoor niet kon slapen om maar niet te spreken van de muggen, het ontbreken van een douche, er was alleen koud water wat, om je te kunnen wassen, moest worden verwarmd op een door butagas aangedreven gasstel . Ik ben niet op aarde gezet om ontberingen te moeten doorstaan, toen ook al niet. Ik vond het wel heerlijk om te zonnen, iets waar ik nu niet meer aan moet denken, maar ik kon dagen in de zon liggen voor een bruine teint. Het is me vergeven het waren de jaren 70 en 80 en een bruine huid was toen bon ton, terwijl het nu voor het merendeel gerelateerd is aan Oh Oh Cherso-achtigen. 

Zo'n 15 jaar hebben mijn ouders van het tuintje kunnen genieten, toen verhuisden zij naar Doetinchem alwaar ze een tuin aan huis kregen waar met name mijn vader zijn hart kon ophalen.

Zo zag het er uiteindelijk uit, verscholen in het weelderige struweel.

Mijn vader in actie. Er was al geplant en het gras moest gemaaid. 


Hulp van tante Netty en tante Tonny bij het
betegelen van het terras.




Mijn moeder druk aan de schoonmaak na het opleveren van het huisje.




Op een zonnige dag heerlijk genieten. Mijn vader met zijn ouders, oma Toos en opa Henk











Tante Ria aan het grasmaaien. Let vooral ook op de trots
van mijn vader: de prachtige gele rozenstruik.

Mijn vader en moeder de trotse en blije bezitters
van een volkstuintje.


Reacties

Deze blogs zijn de afgelopen 30 dagen het meeste gelezen:

De reünie

Cultureel erfgoed

Kaarsverlicht diner

Hendrik Groen

In Memoriam: Gert Timmerman